Deze week is het de Week van de Circulaire Economie. Een week waarin circulaire pioniers het thema circulair ondernemen eens goed onder de aandacht willen brengen. DGTL is tegen de stroom in pionier op het gebied van duurzaamheid en circulariteit in de evenementenbranche. Het technofestival nam deel aan de eerste Green Deal Afvalvrije Festivals en sinds afgelopen ADE Green ook aan de internationale Green Deal Circular Festivals. Dit jaar streeft DGTL naar een 100% circulair festival. Wij spraken met Xander Kotvis, het brein achter de circulaire blauwdrukken, over deze uitdaging.

Xander is als Revolution Manager werkzaam voor Apenkooi, organisator van DGTL Festival maar ook van andere festivals zoals Staf_werk, Elrow Amsterdam en Pleinvrees. Hiervoor werkte Xander voor Metabolic en creëerde in samenwerking met de Green Deal Afvalvrije Festivals de Material Flow Index: het fundament van DGTL’s duurzaamheidsprogramma.

De doelstelling van DGTL is dit jaar 100% circulair. Wat betekent circulariteit voor DGTL?

Goede vraag, in feite de belangrijkste vraag die we onszelf stellen. Zeker nu de woorden circulair en duurzaam te pas en te onpas worden rondgestrooid en er toch nog veel verschillende meningen zijn over wat deze concepten precies inhouden. Om deze reden zijn we het afgelopen jaar hard aan het werk gegaan om tot een definitie te komen die (1) aansluit op bestaande theoretische, wetenschappelijke raamwerken die ook binnen bijvoorbeeld steden, bedrijven en overheden worden gebruikt en (2) die concreet en begrijpelijk is. Hierbij zijn we uitgekomen op een combinatie van de definitie van een circulaire economie van de Ellen Macarthur Foundation en het Doughnut Economy model van Kate Raworth.

De definitie van de Ellen Macarthur luidt: ‘A circular economy is based on the principles of designing out waste and pollution, keeping products and materials in use, and regenerating natural systems.’ Deze definitie is wat ons betreft ook van toepassing op evenementen en festivals. Het enige wat deze definitie niet biedt, is een grens. Wanneer is de impact van ons festival groter dan dat de omgeving en onze planeet kunnen verdragen? Het stellen van deze grenzen lijkt nogal een ver van ons bed show, maar deze manier van denken wordt al sinds 2009 toegepast op wereldwijd niveau; het Rockström Resilience Centre introduceerde toen de “Planetaire Grenzen”. De auteurs hiervan stellen negen planetaire grenzen vast waarbinnen de mensheid moet navigeren om gebruik te kunnen blijven maken van de hulpbronnen van de planeet Aarde. Het Doughnut model van Kate Raworth gebruikt ditzelfde principe om een 21-eeuwse, nieuwe economie te schetsen die simpel gezegd het doel heeft de behoeftes van iedereen te realiseren binnen de draagkracht van de Aarde.

In samenwerking met overheden en kennisinstellingen zijn we met DGTL Amsterdam 2020 nu bezig met de ontwikkeling van de allereerste Festival Doughnut, een nieuw theoretisch raamwerk voor festivals en evenementen dat ecologische grenzen stelt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan impacts als de uitstoot van koolstofdioxide en stikstof, het gebruik van zoetwater, chemische vervuiling en het verliezen van biodiversiteit. We hopen hiermee een nog veel beter inzicht te krijgen in de circulaire prestaties van ons festival en in de ecologische verbinding die wij met ons evenement hebben met onze omgeving, de stad en de natuur.

Gaat DGTL deze doelstelling halen dit jaar?

Op basis van het bovenstaande theoretische kader hebben we voor DGTL-doelstellingen geformuleerd op de volgende vijf systemen: energie, water en sanitair, voedsel, grondstoffen (vroeger afval genoemd) en mobiliteit. Voor een aantal van deze systemen zullen we kringlopen gaan sluiten, zoals de kringlopen van energie, grondstoffen en water en sanitair. Voor een aantal andere systemen is circulariteit lastiger te definiëren en daarom ook lastiger te bereiken. Het gaat hierbij om de systemen mobiliteit en voedsel. Binnen deze systemen zal het dit jaar voornamelijk gaan om de impact van deze systemen zo klein mogelijk te houden.

Welke uitdagingen komen er bij deze doelstelling nog bij kijken?
Ik vind het de grootste uitdaging om de visie, de doelen en ambities onder het gehele DGTL-ecosysteem te laten leven. Het duurzaamheidsprogramma moet op een gegeven moment onzichtbaar en compleet verweven zijn met de alledaagse bedrijfsvoering. Dat is voor mij de grootste uitdaging.

Krijg je alle leveranciers mee?
Dat gaat steeds beter! Voornamelijk doordat we het effect van onze maatregelen, projecten en innovaties elk jaar meten en monitoren. Dit is wat mij betreft het allerbelangrijkst binnen je strategie; het uitvoeren van een nulmeting en daarop voortbouwen. Alleen op die manier kan je doelen stellen, beoordelen of je die doelen daadwerkelijk hebt behaald en bepalen wie verantwoordelijk is voor het behalen van die doelen. Hierdoor kunnen we gemakkelijker gesprekken aangaan met leveranciers om samen bepaalde uitdagingen uit te gaan.

Ben je open over ‘failures’ naar buiten toe?

Zeker, het blijft innoveren en mislukking is inherent aan innovatie. Vorig jaar hadden we bijvoorbeeld het doel om onze show volledig op hernieuwbare energie te draaien, maar uiteindelijk is dat niet gelukt en stond er nog een diesel aggregaat als back-up te loeien.

Recycle Hub op DGTL Amsterdam met Leonie Boon

Green Events’ Grondstoffen Expert, Leonie Boon, is ook verantwoordelijk voor het grondstoffenmanagement van DGTL. Bij de Recycle Hub op het festivalterrein kun je bijvoorbeeld zien hoe grondstoffen on the spot wordt gescheiden. Op 11 en 12 april 2020 keert DGTL Amsterdam voor hun 8e editie terug naar het NDSM-werf. Tickets zijn hier verkrijgbaar.